Historie kerkgebouw.

Als u op zondag de Sint Pieter binnenstapt, belandt u in een gemoedelijke Betuwse dorpsgemeente, van ruim 300 pastorale eenheden, waarin de hele breedte van de Protestantse Kerk in Nederland vertegenwoordigd is.

We zien die diversiteit als kracht, niet als probleem, en we willen voor allen een gastvrije gemeente zijn met ruimte voor verscheidenheid. Onze gemeente kenmerkt zich door respect voor elkaars meningen en beleving. Dat is een groot goed.

De kerkdiensten zijn in het algemeen laagdrempelig qua sfeer en taalgebruik, maar met een zorgvuldig samengestelde liturgie en met veel aandacht voor muziek en zang.

Vroeger...

Bouwen

Kerken bouwde men vroeger niet in één keer; men bouwde tot het geld op was. Later, als er weer financiën waren, werd het bouwsel afgemaakt of vergroot. Zo ging het ook met kerktorens. Ook die werden niet in één keer gebouwd. Vaak is dat nog te zien, omdat ze bestaan uit meerdere geledingen, die niet allemaal gelijk of even hoog zijn. Aan de hoogte van de toren is nog te zien waar het meeste geld was te besteden; vergelijkt u maar eens de torens van Beesd en Zoelen. Dan weet u wel waar ze vroeger het rijkst waren……


Tricht heeft ook een oude, maar goed onderhouden kerk. Beslist het bekijken waard! Daarom wil ik met u een korte rondgang door het gebouw maken. Tegelijkertijd ontdekken we dan iets van de geschiedenis ervan.

Het eerste Trichtse bedehuis werd gebouwd in 1315. Het was een kapelletje dat onder de parochie van Buurmalsen hoorde. De overlevering vertelt, dat de kerk van Buurmalsen al werd gesticht in 696 door Suitbertus, een volgeling van Willibrord. In 1389 werd de Trichtse kapel tot parochiekerk verheven. Zo werd in 1989 het 600-jarig bestaan van deze St. Pieterskerk herdacht.


Het is vrij normaal om te denken dat het schip van de kerk het oudste deel van het gebouw is. Immers, men bouwde een bedehuis om er samen te bidden, te zingen en te luisteren, en niet om te pronken met een hoge toren. Die kwam meestal pas als er voldoende geld was. In Tricht is het ook wel zo gegaan, maar het schip is wel enkele malen herbouwd en vergroot.


Recente bestudering van het bouwmateriaal bracht aan het licht, dat de bouwgeschiedenis van het huidige gebouw terug gaat tot:


  • +/- 1400 de toren, in twee etappen gebouwd
  • +/- 1500 het schip voor de 2e of 3e keer gebouwd
  • +/- 1520 koor en sacristie gebouwd (nog in oorspronkelijke vorm)

  • De bovenste geleding van de toren is iets hoger dan de onderste twee. De toren had oorspronkelijk een vierzijdige piramide als spits. Van 1910 tot 1971 was dat een achtzijdige, sterk ingesnoerde spits. Bij de (zoveelste) restauratie in 1971 werd er weer een spits in de oorspronkelijke vorm geplaatst. In de toren hangt een luidklok met een diameter van 127 cm. In de benedenverdieping van de toren ziet u een kruisgewelf. Let eens op de kraagstenen waarop de ribben rusten: daarin zijn de koppen uitgehakt.


    Als we de kerk binnen gaan zien we dat de kerk een driebeukig schip heeft. De zijbeuken zijn afgescheiden door pilaren. Het schip is verdeeld in vijf traveeën, zodat er twee maal zes (twaalf) pilaren zijn. Als u goed kijkt ziet u nog resten van ijzeren staven uit de pilaren steken. Misschien hebben daarop vroeger de beelden van de (twaalf!) apostelen gestaan. De zuidbeuk is wat langer dan de noordbeuk. Hierdoor is er achterin de kerk een zgn. doopkapel. Tegen de achterwand van deze kapel ziet u de pas gerestaureerde resten van een muurschildering, die bij een restauratie in de twintiger jaren werd ontdekt.


    Tegen de achterwand van de noordbeuk hangt een recent schilderij van de kerk in Küsmöd, onze zustergemeente in Roemenië. Voor in de kerk hangt aan de kop van noordbeuk een zgn. tiengeboden bord, dat stamt uit de 17e eeuw. In die tijd kostte het beschilderen ervan vier euro vierenvijftig……


    De kansel is ook 17e eeuws (1660) en werd waarschijnlijk geschonken door de familie (De) Gruyter-Van Els. Zij bewoonden het huis Crayesteyn en vierden in 1659 hun 25-jarige bruiloft, waarbij zij zo de kerk bedacht zouden hebben.


    Hun wapens kwamen (heel bescheiden) voorop de kansel, maar zijn in de Franse tijd verwijderd. De voet van deze preekstoel is vrij nieuw en gemaakt door wijlen de heer J.N. Broekman. Voor die tijd diende het huidige 16e eeuwse doopvont als voet, en werd er gedoopt uit het koperen waterbekken dat opzij aan de kansel hangt!


    De kaarsenkroon voorin de kerk vermeldt op de bol: “Cornelis van Rynberck de eerste in ‘t geregt en litmaat deser kerk begeerd om na zyn dood aan hem te doen gedenken met geld tot dit citaat aan deese kerk te schenken. Anno 1788” De andere kroon is uit de 17e eeuw. Gelukkig zijn deze kronen nog niet ‘verknoeid’ door elektrische lampjes. De kaarsen worden zelfs elk jaar nog gebruikt.


    De kerk bezit een avondmaalsbeker uit 1653 en een uit 1747. Het overige avondmaalszilver stamt uit 1882.


    Aan weerszijden van het middenschip ziet u nog twee zgn. herenbanken. De dubbele behoorde oorspronkelijk aan ‘Het Hof’ en de andere aan ‘Crayesteyn’. Het doophek, dat vroeger voorin de kerk stond, ziet u nu achter de banken bij de ingang van de kerk staan. Daarboven bevindt zich het orgel, ruim honderd jaar geleden gebouwd door Pieter Flaes.


    Bij de restauratie in de jaren ‘20 van de vorige eeuw is er een scheidingswand aangebracht tussen het schip en het koor van de kerk. Daarbij is de kansel van de pilaar naar het midden verhuisd. Het koor heeft een zesdelig kruisgewelf. Opvallend zijn de lange spitsboogvensters. Als u naar buiten gaat kunt u zien dat het dak van het koor en schip even hoog zijn. In het koor is vroeger de elite van het dorp begraven. Zo weten we dat er tussen 18 december 1749 en 2 december 1805 219 personen begraven werden. Zoals uit een pentekening van wijlen T. de Groot blijkt, was de vloer van het koor vroeger hoger dan nu. In die verhoogde koorvloer bevonden zich twee grafkelders. De ene behoorde bij het huis Reigersfoort en de andere bij het huis Crayesteyn. In de Franse tijd werd het begraven in de kerk verboden. De vroegere sacristie is nu consistoriekamer. Er is een gewelf zonder ribben. Het venster (met luiken) is bij de eerder genoemde restauratie aan het begin van deze eeuw aangebracht. Het doet romantisch aan, maar past niet bij het gebouw. In deze kamer hangt de lijst met alle, sinds de reformatie aan Tricht verbonden predikanten.


    Natuurlijk is er in de kerk nog veel meer te zien. Naar ik hoop heb ik u met deze korte beschrijving voldoende nieuwsgierig gemaakt om zelf verder op zoek te gaan.


    Buiten moet u beslist even een kijkje nemen bij het beeld van St. Pieter, de naamgever van de kerk, dat in juni 1994 ter plaatse is gemaakt door de Roemeense beeldhouwer Joszef Szöke, als dank voor wat Tricht voor Roemenië doet.


    Wie meer wil lezen over de kerk en/of het orgel:


      A. Dekker, Tricht van parochie tot gemeente (Betuwereeks 1), uitgeverij Thijssen, Buren 1985.
      M. Boogaard-van Kessel, Het Flaes-orgel in Tricht, Tricht 1987.
    Protestantse emeente Tricht G




    Word ook lid van onze gemeenschap!

    Aanstaande activiteiten.

    #groenekerk
    Interactieve lezing

    Woensdag 26 oktober

    #diaconale actie
    Boekenmarkt

    Zaterdag 29 oktober

    #verdieping
    Preekvoorbereiding

    Woensdag 2 november en verder elke eerste woensdag van de maand